Mindset op de Wielewaal

(bron: Werkboek Mindset van Floor Raeijmaekers 2014)
Ieder kind wordt geboren met een sterke wil om te leren. Heel jonge kinderen zijn dagelijks bezig met leren (eten, lopen, praten) en doen dit vol overgave. Ze vinden het nooit te moeilijk, zijn niet bang om fouten te maken en geven niet op. Vreemd genoeg kan deze passie voor leren verdwijnen en zijn er kinderen die hun motivatie lijken te verliezen wanneer het leren lastig wordt. Dat kan op school zijn, wanneer ze daadwerkelijk worden uitgedaagd, maar ook bijvoorbeeld bij pianoles of turnen. Zolang alles goed gaat, blaken ze van zelfvertrouwen, maar wanneer ze uitgedaagd worden het beste uit zichzelf te halen, haken ze soms snel af. De mindsettheorie van Carol Dweck verklaart waarom.

Hoe denkt het kind over zichzelf?
De term ‘mindset’ staat voor de manier waarop kinderen (en volwassenen!) denken over zichzelf en in het bijzonder over hun intelligentie en kwaliteiten. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen een vaste mindset en een groeimindset. Soms denken kinderen met een vaste mindset en soms met een groeimindset.  Een vaste mindset komt voort uit de overtuiging dat bepaalde eigenschappen onveranderlijk zijn. Je bent met een bepaalde ‘hoeveelheid’ intelligentie en kwaliteiten geboren en hiermee zal je het de rest van je leven moeten doen. Kinderen met een groeimindset daarentegen geloven dat ze zichzelf steeds kunnen blijven verbeteren en ontwikkelen. Je talenten zijn slechts het startpunt en je kunt steeds blijven groeien door hard te werken en ervaring op te doen.

Floor Raaijmaekers verwoordt dit voor de kinderen als volgt.
Als je met een vaste mindset denkt,  geloof je dat je intelligentie en talenten als een baksteen zijn. Je kunt er weinig aan veranderen. Als je met een groeimindset denkt, zie je je intelligentie en talenten als een plantje dat kan groeien.  

Vaste mindset
Omdat je met een vaste mindset het gevoel hebt dat je kwaliteiten onveranderlijk zijn, vind je het belangrijk om te laten zien ‘hoe slim je bent’ of hoe goed je ergens in bent. Dit verlangen om slim of goed over te komen heeft echter een keerzijde. Kinderen met een vaste mindset voelen zich slim wanneer ze iets snel en perfect doen. Ze doen daarom liever geen dingen die lastig zijn. Wanneer je een uitdaging aangaat, is de kans dat je fouten maakt namelijk erg groot. En kinderen met een vaste mindset vinden fouten maken vreselijk: als je slim bent wanneer alles snel en goed gaat, ben je vanzelfsprekend dom wanneer je fouten maakt!

Een tweede probleem is dat je met een vaste mindset liever geen moeite voor iets doet. Het feit dat je inspanning voor iets moet leveren betekent dat je er eigenlijk helemaal niet zo goed in bent. Oefenen en hard werken hoort bij kinderen die niet zo slim of goed zijn. Dus wanneer je wil overkomen als een natuurtalent, moet je dat dus vooral niet doen!

De groeimindset
Wanneer je ervan uitgaat dat je altijd beter kunt worden, vind je uitdagingen geweldig. Met een groeimindset geniet je van moeilijk werk, omdat je hierdoor het gevoel krijgt dat je je ontwikkelt. Fouten maken hoort er bij: je kunt er iets van leren en jezelf verbeteren. Met een groeimindset geef je niet op wanneer het even tegenzit of wanneer iets veel moeite kost. Je accepteert het leerproces dat hoort bij groeien. Je weet dat je hard moeten werken om verder te komen en levert die inspanning graag.

Een groeimindset leidt kortom tot een passie voor leren. Wil je een kind zijn talenten optimaal laten benutten, dan is het dus van belang dat hij op zoveel mogelijk gebieden een groeimindset ontwikkelt. Het goede nieuws is: je kunt je mindset veranderen en volwassenen kunnen kinderen helpen een groeimindset aan te leren of te behouden!

Lefland en Makkieland op de Wielewaal
Uit onderzoek van Carol Dweck is gebleken dat een groeimindset bijdraagt aan de motivatie, het leergedrag en de prestaties van kinderen (en volwassenen!). Op De Wielewaal vinden we het belangrijk om die kennis te gebruiken in ons onderwijs. We hebben ons  toegelegd op de theorieën over mindset en hoe deze kunnen worden ingezet in de dagelijkse onderwijspraktijk.
20151106_132502In de klas werken  we nu met Lefland en Makkieland. Makkieland is een land waar alles makkelijk is. Je doet daar alleen maar dingen die je makkelijk vindt en die geen moeite kosten. In Makkieland heb je geen lef nodig, want nieuwe of moeilijke dingen bestaan daar niet. In Lefland heeft iedereen lef en kun je dingen doen waar je lef voor nodig hebt. Als je lef hebt durf je dingen te doen of te proberen die best moeilijk of spannend zijn. Zelfs als je niet zeker weet of het gaat lukken. Het zijn dingen waar je moed voor nodig hebt. In Lefland wonen dus moedige mensen en dieren, die het lef hebben om nieuwe of moeilijke uitdagingen aan te pakken.
De kinderen tekenen hun eigen Makkieland en Lefland. Welke dieren leven er in Lefland? Lef en MakkieEn hoe ziet het landschap eruit? Wat doen de mensen in Makkieland en wat voor weer is het daar? Hoe ziet de vlag eruit en hoe voelen mensen zich daar? Welke gevoelens horen er bij Makkieland en welke gevoelens bij Lefland? En welke vakken of activiteiten horen voor jou in Makkieland en welke in Lefland?
Zo worden Lefland en Makkieland een gemeenschappelijke taal waarmee het mogelijk is om met kinderen over leren te praten. Er worden in de klassen gesprekken gevoerd over spannende dingen doen, uitdagingen aangaan en hoe het voelt om fouten te maken. We zorgen er op die manier voor dat het leerproces belangrijker wordt en de focus minder komt te liggen op het uiteindelijke product.   
Zo creëren we een goede voedingsbodem voor leren.

(Met dank aan Hildi Glastra van Loon van DeDNKRS)

Je kunt geen reacties meer plaatsen.